Het Landelijk Register Kinderopvang en de GGD-inspectie

Hoe je een locatie in het Landelijk Register Kinderopvang krijgt, welke wijzigingen je doorgeeft, hoe de jaarlijkse GGD-inspectie verloopt en wat de gemeente doet als je de regels niet naleeft. Met een checklist.

Bijgewerkt op · 8 min lezen

Een kinderdagverblijf, bso of gastouderbureau mag pas open als het in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) staat. De gemeente beslist over de registratie, de GGD onderzoekt als toezichthouder of je aan de regels voldoet en komt daarna elk jaar terug. Wat de GGD vaststelt, staat in een openbaar inspectierapport; wat daarna gebeurt, beslist de gemeente. De regels staan in de Wet kinderopvang, artikel 1.45 en verder.

Registratie: aanvraag bij de gemeente

Je vraagt de registratie aan bij de gemeente waar de locatie komt, met het aanvraagformulier voor een kinderdagverblijf of bso (artikel 1.45, eerste lid). Voor elke locatie doe je een aparte aanvraag. Volgens Ondernemersplein en de Rijksoverheid heb je vooraf nodig:

  • een aansluiting bij de Geschillencommissie Kinderopvang; zonder die aansluiting kun je je niet inschrijven bij de gemeente;
  • een inschrijving bij de KVK;
  • het pedagogisch beleidsplan en het veiligheids- en gezondheidsbeleid, dat je volgens artikel 4 van het Besluit kwaliteit kinderopvang met de aanvraag indient;
  • een inschrijving in het Personenregister Kinderopvang voor jezelf, je medebestuurders en de mensen die er gaan werken.

Na de aanvraag doet de GGD het onderzoek voor registratie: een bureauonderzoek of een bezoek aan de locatie, waarin de GGD beoordeelt of je de regels redelijkerwijs zult naleven (artikel 1.62, eerste lid, en artikel 2 van de Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang). Je mag de locatie pas in exploitatie nemen nadat dat onderzoek heeft plaatsgevonden (artikel 1.45, derde lid).

Het besluit en de inschrijving

De gemeente beslist uiterlijk tien weken na ontvangst van de aanvraag (artikel 1.46, eerste lid). Valt het besluit positief uit, dan staat erin vanaf welke datum je mag exploiteren; die datum ligt nooit vóór de bekendmaking van het besluit. Daarna schrijft de gemeente de locatie onverwijld in het register in (artikel 1.46, tweede lid).

Binnen drie kalendermaanden na de registratie volgt het onderzoek na registratie, met ten minste een bureauonderzoek of een locatiebezoek (artikel 3 van de Beleidsregel).

Waar het LRK-nummer voor dient

Bij de registratie krijgt de locatie een uniek registratienummer: het LRK-nummer. Daarmee staat de locatie openbaar in het register, met de inspectierapporten erbij. Voor ouders is het nummer onmisbaar. Kinderopvangtoeslag is er alleen voor opvang in een geregistreerd kindercentrum (artikel 1.5, eerste lid). Zonder LRK-nummer kan een ouder volgens de Belastingdienst geen toeslag aanvragen. Dienst Toeslagen controleert het nummer en stopt de toeslag zodra de locatie niet meer geregistreerd is (Regeling Wet kinderopvang, bijlage 1). Zet het daarom op het contract met de ouders.

Wijzigingen doorgeven

In het register staan onder meer de gegevens van de houder en de locatie, het aantal kindplaatsen, de soort opvang (dagopvang of bso) en of je gesubsidieerde voorschoolse educatie aanbiedt (artikel 5 van het Besluit landelijk register).

Verandert een van die gegevens, dan meld je dat onverwijld bij de gemeente, met het wijzigingsformulier (artikel 1.47, eerste lid, Wet kinderopvang en artikel 7 van het Besluit). Een termijn in dagen staat er niet: zodra je het weet. Twee situaties hebben een eigen regel:

  • Wisseling van houder: de oude en de nieuwe houder dienen samen een verzoek in, vóór de datum van de wijziging.
  • Nieuw adres: dat is geen wijziging maar een nieuwe aanvraag, met een nieuw onderzoek.

Ook stoppen met een locatie geef je door. De gemeente haalt de locatie dan uit het register (artikel 1.47, derde lid).

De jaarlijkse inspectie

De GGD onderzoekt elk geregistreerd kindercentrum jaarlijks (artikel 1.62, tweede lid). Bij een aanleiding of na een tekortkoming kan de GGD ook tussendoor komen (vierde en vijfde lid). Volgens GGD GHOR Nederland is het bezoek doorgaans onaangekondigd.

Het toezicht is risicogestuurd. Na elk onderzoek stelt de GGD met een landelijk risicomodel een risicoprofiel vast, en dat profiel bepaalt hoeveel uren het volgende jaarlijkse onderzoek krijgt (artikel 4 en 4a van de Beleidsregel). Een locatie zonder zorgen krijgt een lichtere inspectie. Welke onderwerpen aan bod komen, kunnen GGD en gemeente per jaar samen bepalen (artikel 4a, zesde lid), dus dat kan bij jou per jaar verschillen.

Wat de GGD bekijkt

Bij een kindercentrum gaat het jaarlijkse onderzoek onder meer over de pedagogische praktijk, de beroepskracht-kindratio, de groepsgrootte, de beroepskwalificaties, de VOG's en het personenregister, de oudercommissie en, waar van toepassing, de voorschoolse educatie (artikel 4a, derde lid, van de Beleidsregel). De toezichthouder observeert, praat met jou en je medewerkers en kan de oudercommissie spreken.

Welke documenten je klaar hebt

Je administratie moet op verzoek tijdig beschikbaar zijn voor de toezichthouder, en bewaar je haar elders, dan moet ze bij een inspectie direct op de locatie beschikbaar komen (artikel 11, eerste en vierde lid, Regeling Wet kinderopvang). Reken in elk geval op:

  • het overzicht van de ingezette beroepskrachten en de presentielijsten van de kinderen met aankomst- en vertrektijden, waarmee je de ratio en de drie-uursregeling aantoont (artikel 7a en 16a van het Besluit kwaliteit kinderopvang);
  • het pedagogisch beleidsplan (artikel 3 en 12 van het Besluit);
  • het veiligheids- en gezondheidsbeleid (artikel 4 en 13 van het Besluit);
  • een overzicht van het personeel dat een VOG moet hebben, en de koppelingen in het personenregister (artikel 11, tweede lid, Regeling);
  • de diploma's van je beroepskrachten en, als je die inzet, van de pedagogisch beleidsmedewerker;
  • de overzichten van de ingeschreven kinderen en de overeenkomsten met de ouders (artikel 11, tweede lid, Regeling).

Het inspectierapport

De GGD legt het oordeel vast in een inspectierapport, met een advies aan de gemeente (artikel 1.63 Wet kinderopvang en artikel 7 van de Beleidsregel). Voordat het rapport wordt vastgesteld, krijg je het ontwerp te zien en kun je je zienswijze geven; die komt als bijlage bij het rapport (artikel 1.63, derde lid). De termijnen:

StapTermijnBron
Ontwerprapport naar joubinnen zes weken na afronding van het onderzoekBeleidsregel, artikel 6, lid 1
Overleg en zienswijzebinnen twee weken na verzending van het ontwerpBeleidsregel, artikel 6, lid 2
Vaststellingbinnen een week na die twee wekenBeleidsregel, artikel 6, lid 3
Openbaar, in het LRKuiterlijk drie weken na vaststellingWet kinderopvang, artikel 1.63, lid 5
Op je eigen websitezo snel mogelijk na ontvangstWet kinderopvang, artikel 1.54, lid 3

Zo informeer je ouders en medewerkers; zonder website leg je het rapport op een toegankelijke plek ter inzage. Na de vaststelling bespreek je het rapport met de oudercommissie (artikel 1.60, zesde lid).

Bij een kleine, snel te herstellen overtreding kan de GGD een herstelaanbod doen. Volgens GGD GHOR Nederland is dat geen recht, kan het niet bij een tekort aan beroepskrachten of als veiligheid of gezondheid in het geding is, en komt de overtreding hoe dan ook in het rapport.

Handhaving door de gemeente

De GGD stelt vast; de gemeente handhaaft, met deze middelen:

  • Aanwijzing: schriftelijk, met wat je niet naleeft en welke maatregelen je binnen welke termijn neemt (artikel 1.65, eerste, tweede en vijfde lid).
  • Bevel: van de toezichthouder zelf, als maatregelen niet kunnen wachten. Het geldt zeven dagen; de gemeente kan het verlengen (artikel 1.65, derde en vierde lid).
  • Last onder dwangsom: een bedrag dat je verbeurt als je niet op tijd herstelt. De Wet kinderopvang noemt dit middel niet zelf; gemeenten beschrijven het in hun beleidsregels, bijvoorbeeld als stap na een aanwijzing die niet tot herstel leidde.
  • Bestuurlijke boete: ten hoogste € 45.000, onder meer bij overtreding van de kwaliteitsregels, het niet opvolgen van een aanwijzing of bevel, en starten vóór het onderzoek voor registratie (artikel 1.72, eerste lid).
  • Exploitatieverbod: de gemeente kan je verbieden de locatie open te houden als je een aanwijzing of bevel niet opvolgt, of als te verwachten is dat je de regels niet (meer) naleeft (artikel 1.66).
  • Intrekken van de registratie: de gemeente kan de toestemming intrekken en de locatie uit het register halen (artikel 1.46, vijfde en zesde lid). Ouders verliezen dan hun recht op toeslag voor die locatie.

Welk middel de gemeente wanneer inzet en welke hersteltermijn ze geeft, staat in haar eigen beleidsregels. Lochem geeft bijvoorbeeld maximaal een maand bij overtredingen met grote gevolgen en maximaal zes maanden bij lichte. Tegen een besluit van de gemeente kun je bezwaar maken.

Veelgemaakte fouten

  • Openen op de datum van de aanvraag. Je mag pas beginnen als de locatie in het register staat. Starten vóór het onderzoek voor registratie is een overtreding waarvoor een boete kan volgen.
  • Een uitbreiding niet melden. Meer kindplaatsen, een ander telefoonnummer of een nieuwe houder: het register moet kloppen met de praktijk.
  • Verhuizen met het oude LRK-nummer. Een nieuw adres vraagt een nieuwe aanvraag, en dus tijd. Begin daar minstens tien weken voor de verhuizing mee.
  • De zienswijze laten liggen. Ben je het oneens met een bevinding, zeg dat dan in de zienswijze. Die wordt met het rapport openbaar.
  • Alleen het rooster laten zien. De GGD wil weten wie er werkelijk stond en welke kinderen er waren, met tijden.

Checklist

  1. Geschillencommissie, KVK, beleidsplan, veiligheids- en gezondheidsbeleid en personenregister geregeld vóór de aanvraag.
  2. Aanvraag per locatie minimaal tien weken voor de opening ingediend.
  3. Niet open vóór de inschrijving in het LRK; LRK-nummer op de contracten.
  4. Wijzigingen in kindplaatsen, soort opvang, adres of houder direct gemeld.
  5. Overzicht beroepskrachten en presentielijsten met tijden direct beschikbaar op de locatie.
  6. Ontwerprapport binnen twee weken beoordeeld, zo nodig met zienswijze.
  7. Vastgesteld rapport op de website en besproken met de oudercommissie.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het voordat een nieuwe locatie in het LRK staat?
De gemeente beslist uiterlijk tien weken na ontvangst van de aanvraag (artikel 1.46, eerste lid, Wet kinderopvang). Ondernemersplein raadt daarom aan de aanvraag minimaal tien weken voor de opening in te dienen. Je mag pas beginnen als de locatie in het register staat.
Komt de GGD onaangekondigd?
Meestal wel. Volgens GGD GHOR Nederland vindt het bezoek doorgaans onaangekondigd plaats. Elk geregistreerd kindercentrum wordt jaarlijks onderzocht (artikel 1.62, tweede lid), en bij een aanleiding kan de GGD ook tussendoor komen.
Wanneer wordt het inspectierapport openbaar?
De GGD maakt het rapport uiterlijk drie weken na vaststelling openbaar (artikel 1.63, vijfde lid); het is te vinden in het Landelijk Register Kinderopvang. Zelf plaats je het zo snel mogelijk na ontvangst op je website (artikel 1.54, derde lid).
Moet ik doorgeven dat ik meer kindplaatsen heb?
Ja. Het aantal kindplaatsen staat in het register, en een wijziging in die gegevens meld je onverwijld bij de gemeente (artikel 1.47, eerste lid, Wet kinderopvang). Verhuist de locatie, dan doe je een nieuwe aanvraag.
Hoe hoog kan een bestuurlijke boete zijn?
De gemeente kan een boete opleggen van ten hoogste € 45.000 per overtreding van de kwaliteitsregels, een aanwijzing, een bevel of een exploitatieverbod (artikel 1.72, eerste lid, Wet kinderopvang). De hoogte per overtreding bepaalt elke gemeente in haar eigen beleidsregels.

Bronnen

Dit artikel geeft uitleg over de regels zoals ze golden op 28 oktober 2026. Het is geen juridisch advies; bij twijfel geldt de tekst van de bron.

Tamina rekent met deze regels

Tamina is software voor gastouderbureaus en kinderopvang. Probeer het veertien dagen gratis.