De oudercommissie in de kinderopvang

Wanneer je een oudercommissie moet instellen, waarover die advies geeft, wanneer je van het advies mag afwijken en wat er gebeurt bij een geschil. Voor kindercentra en gastouderbureaus, met een voorbeeld van een prijsverhoging.

Bijgewerkt op · 8 min lezen

Ouders hebben in de kinderopvang meer te zeggen dan alleen over hun eigen contract. Via de oudercommissie praten ze mee over het beleid van de locatie: de pedagogische aanpak, de openingstijden, de prijs. De regels staan in de Wet kinderopvang, artikel 1.58 tot en met 1.60. In dit artikel lees je wanneer je een oudercommissie moet hebben, waarover die adviseert, wanneer je van een advies mag afwijken en wat er gebeurt als jullie er niet uitkomen.

Wanneer je een oudercommissie moet hebben

De houder stelt binnen zes maanden na de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang voor elk kindercentrum en elk gastouderbureau dat hij exploiteert een oudercommissie in (artikel 1.58, lid 1). Heb je drie locaties, dan zijn het in principe drie oudercommissies.

Een centrale oudercommissie voor de hele organisatie vervangt die commissies niet. Wel mag je één gecombineerde oudercommissie instellen als je meer dan één kindercentrum of gastouderbureau exploiteert in hetzelfde of een aangrenzend gebouw, bijvoorbeeld een kinderdagverblijf en een bso in één pand. In die commissie zit ten minste één ouder van elk kindercentrum of gastouderbureau (artikel 1.58a).

Wie er in zit

De leden worden gekozen uit en door de ouders van de kinderen die worden opgevangen (artikel 1.58, lid 4). Bij een gastouderbureau zijn dat de ouders van de kinderen die bij de aangesloten gastouders worden opgevangen. Wie werkt bij het kindercentrum of gastouderbureau, kan geen lid zijn (lid 5). De oudercommissie bepaalt zelf hoe ze werkt (lid 6).

Kleine locaties: alternatieve ouderraadpleging

Je hoeft geen oudercommissie in te stellen als aan beide voorwaarden van artikel 1.58, lid 2 is voldaan:

  • je hebt je aantoonbaar voldoende ingespannen om een oudercommissie in te stellen;
  • het gaat om een kindercentrum waar maximaal 50 kinderen worden opgevangen, of een gastouderbureau met maximaal 50 aangesloten gastouders.

Een kleine locatie is dus niet vanzelf vrijgesteld. Je moet kunnen laten zien dat je het hebt geprobeerd, bijvoorbeeld met een oproep in de nieuwsbrief en bij de ouderavond.

Is er geen oudercommissie, dan betrek je de ouders aantoonbaar voldoende op een andere manier bij dezelfde onderwerpen, bied je hun de mogelijkheid om alsnog een oudercommissie te vormen, en stel je toch een reglement vast. Artikel 1.59, lid 2 tot en met 5 en artikel 1.60 gelden dan overeenkomstig (artikel 1.58, lid 3). Dat heet de alternatieve ouderraadpleging. Leg vast hoe en wanneer je de ouders raadpleegde: de GGD kan ernaar vragen bij een inspectie.

Het reglement

Ook binnen zes maanden na de registratie stel je een reglement voor de oudercommissie vast (artikel 1.59, lid 1). Daarin staat ten minste:

  • het aantal leden;
  • de wijze van verkiezing van de leden;
  • de zittingsduur van de leden.

Het reglement mag geen regels bevatten over de werkwijze van de oudercommissie (lid 3): hoe vaak ze vergadert en wie de voorzitter is, beslist de commissie zelf. De oudercommissie besluit bij meerderheid van stemmen (lid 4). Wil je het reglement wijzigen, dan heb je de instemming van de oudercommissie nodig (lid 5). Dat is meer dan advies: zonder instemming verandert het reglement niet.

Het adviesrecht

Je stelt de oudercommissie in ieder geval in de gelegenheid om advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit over (artikel 1.60, lid 1):

  1. de manier waarop je zorgt voor verantwoorde kinderopvang (artikel 1.50, lid 1): de organisatie van de opvang, het personeel en materieel, de verdeling van verantwoordelijkheden en het pedagogisch beleid;
  2. voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid of gezondheid;
  3. openingstijden;
  4. het beleid voor het aanbieden van voorschoolse educatie;
  5. de vaststelling of wijziging van de klachtenregeling voor ouders (artikel 1.57b, lid 1);
  6. wijziging van de prijs van kinderopvang.

Het gaat om een voorgenomen besluit. Advies vragen over iets wat al vaststaat, is geen advies vragen. De oudercommissie mag over deze onderwerpen ook ongevraagd adviseren (lid 3).

Afwijken van het advies

Dit adviesrecht wordt vaak een verzwaard adviesrecht genoemd. De wet gebruikt dat woord niet, maar het verschil met gewoon advies is er wel: je mag van een gevraagd advies alleen afwijken als je schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (artikel 1.60, lid 2).

Een motivering als "we hebben anders besloten" is dus niet genoeg. Je legt uit waarom het advies slecht is voor de opvang zelf, bijvoorbeeld omdat een kortere verhoging de bezetting van de groepen niet meer rond krijgt.

Wat je verder moet doen

Naast het adviesrecht vraagt artikel 1.60 van je:

  • ten minste eenmaal per 12 maanden overleg met de oudercommissie over de uitvoering van het pedagogisch beleid (lid 4);
  • de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie geven die zij redelijkerwijs nodig heeft voor haar taak (lid 5);
  • het inspectierapport van de GGD met de oudercommissie bespreken, nadat de toezichthouder het heeft vastgesteld (lid 6);
  • de oudercommissie wijzen op de mogelijkheid om geschillen voor te leggen aan de geschillencommissie (lid 7).

Financiële ondersteuning of faciliteiten voor de oudercommissie, zoals een vergaderruimte of een budget, schrijft de wet niet voor. Veel organisaties regelen dat wel; het helpt een commissie om haar werk goed te doen.

Voorbeeld: een prijsverhoging

Kinderdagverblijf De Boomhut vangt 70 kinderen op en heeft een oudercommissie van vijf ouders. De houder wil de uurprijs per 1 januari verhogen.

DatumWat er gebeurt
1 septemberDe houder stuurt het voorgenomen besluit naar de oudercommissie, met de onderbouwing: cao, huur, energie.
8 septemberDe oudercommissie vraagt de begroting per groep op. De houder stuurt die binnen een week, schriftelijk.
29 septemberOverleg tussen houder en oudercommissie.
6 oktoberDe oudercommissie adviseert de verhoging te halveren en de rest per 1 juli door te voeren.
13 oktoberDe houder neemt het advies niet over en legt schriftelijk uit waarom het belang van de opvang zich ertegen verzet.
daarnaDe houder informeert alle ouders over de nieuwe prijs.

De wet noemt geen termijn voor het advies. Geef de oudercommissie genoeg tijd om de stukken te lezen, de achterban te raadplegen en vragen te stellen: een advies dat in een week moet, is in de praktijk geen echte gelegenheid om te adviseren. Plan zo dat het besluit ruim vóór de ingangsdatum valt: ouders willen op tijd weten waar ze aan toe zijn, en wie na de verhoging wil stoppen, heeft te maken met de opzegtermijn. Ouders vergelijken een nieuwe uurprijs ook met de maximum uurprijs: wat daarboven ligt, betalen ze helemaal zelf.

Is de oudercommissie het niet eens met de motivering, dan kan zij naar de Geschillencommissie Kinderopvang.

Als jullie er niet uitkomen

Je moet aangesloten zijn bij een geschillencommissie voor geschillen met ouders én voor geschillen met de oudercommissie over de toepassing van artikel 1.60 (artikel 1.57c, lid 1). In de praktijk is dat de Geschillencommissie Kinderopvang. Die behandelt ook een besluit van de ondernemer waarin de oudercommissie zich niet kan vinden, zoals een prijswijziging.

Zo verloopt het:

  1. De oudercommissie probeert eerst zelf met jou tot een oplossing te komen.
  2. Desgewenst schakelt zij het Klachtenloket Kinderopvang in, voor advies, bemiddeling of mediation.
  3. Lukt dat niet, dan legt zij het geschil binnen 12 maanden nadat ze contact met je opnam voor aan de Geschillencommissie. Het klachtengeld is € 25.
  4. De commissie beoordeelt of je bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot het besluit kon komen. Krijgt de oudercommissie gelijk, dan kan de commissie bepalen dat je het besluit geheel of gedeeltelijk intrekt of de gevolgen ervan ongedaan maakt.

De uitspraak is bindend voor beide partijen; hoger beroep is er niet.

De GGD

De GGD houdt namens de gemeente toezicht op onder meer artikel 1.58 en 1.59 (artikel 1.61, lid 1): of er een oudercommissie is of, bij een kleine locatie, een alternatieve ouderraadpleging, en of er een reglement is. Lees meer in het LRK en de GGD-inspectie. Het inspectierapport plaats je zo spoedig mogelijk op je website (artikel 1.54, lid 3) en bespreek je met de oudercommissie.

Veelgemaakte fouten

  • Advies vragen als het besluit al genomen is. De prijsverhoging staat al in de brief aan ouders, en de oudercommissie mag er achteraf nog iets van vinden. Dat is geen adviesrecht.
  • Afwijken zonder schriftelijke motivering. Mondeling uitleggen waarom je het anders doet, voldoet niet aan artikel 1.60, lid 2.
  • De werkwijze in het reglement zetten. Vergaderfrequentie of de rol van de voorzitter horen niet in het reglement; dat bepaalt de commissie zelf.
  • Een kleine locatie zonder bewijs. Wie geen oudercommissie heeft, moet kunnen laten zien dat hij het heeft geprobeerd en hoe de ouders verder zijn geraadpleegd.
  • Eén commissie voor locaties in verschillende gebouwen. Een gecombineerde oudercommissie mag alleen voor kindercentra of gastouderbureaus in hetzelfde of een aangrenzend gebouw.
  • Het jaarlijkse overleg vergeten. Ook als er dat jaar niets te adviseren viel, overleg je ten minste eenmaal per 12 maanden over het pedagogisch beleid.

Veelgestelde vragen

Moet elke kinderopvanglocatie een oudercommissie hebben?
In principe wel: de houder stelt binnen zes maanden na registratie voor elk kindercentrum en elk gastouderbureau een oudercommissie in. Bij een kindercentrum met maximaal 50 kinderen of een gastouderbureau met maximaal 50 aangesloten gastouders mag dat achterwege blijven, maar alleen als je aantoonbaar genoeg moeite hebt gedaan en de ouders op een andere manier betrekt.
Waarover heeft de oudercommissie adviesrecht?
Over elk voorgenomen besluit over de uitvoering van verantwoorde kinderopvang en het pedagogisch beleid, voeding, opvoeding, veiligheid en gezondheid, openingstijden, voorschoolse educatie, de klachtenregeling en wijziging van de prijs (artikel 1.60, lid 1 Wet kinderopvang).
Mag ik afwijken van het advies van de oudercommissie?
Alleen als je schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (artikel 1.60, lid 2). Is de oudercommissie het daar niet mee eens, dan kan zij het geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Kinderopvang.
Mogen medewerkers in de oudercommissie zitten?
Nee. De leden worden gekozen uit en door de ouders van de kinderen die worden opgevangen, en wie bij het kindercentrum of gastouderbureau werkt, kan geen lid zijn (artikel 1.58, lid 4 en 5).
Wie betaalt de procedure bij de Geschillencommissie?
De oudercommissie betaalt € 25 klachtengeld. Krijgt zij (deels) gelijk, dan vergoedt de ondernemer het klachtengeld (deels). De uitspraak is bindend voor beide partijen.

Bronnen

Dit artikel geeft uitleg over de regels zoals ze golden op 28 oktober 2026. Het is geen juridisch advies; bij twijfel geldt de tekst van de bron.

Tamina rekent met deze regels

Tamina is software voor gastouderbureaus en kinderopvang. Probeer het veertien dagen gratis.