Pedagogisch beleidsmedewerker en coach: hoeveel uur heb je nodig?

De rekenregel voor de pedagogisch beleidsmedewerker en coach: 50 uur per kindercentrum en 10 uur per fte per jaar, met een rekenvoorbeeld, de verdeling over locaties, de opleidingseisen en de regels voor gastouderbureaus.

Bijgewerkt op · 8 min lezen

Elke kinderopvangorganisatie moet een pedagogisch beleidsmedewerker inzetten, voor een minimum aantal uren per jaar. Die uren hebben twee doelen: het pedagogisch beleid ontwikkelen en invoeren, en de pedagogisch medewerkers coachen bij hun dagelijkse werk. Hoeveel uur je minimaal nodig hebt, hangt af van het aantal kindercentra en het aantal fte aan beroepskrachten. De regels staan in artikel 8 (dagopvang) en artikel 17 (buitenschoolse opvang) van het Besluit kwaliteit kinderopvang, met de rekenregel in bijlage 2.

Eén functie of twee mensen

De wet spreekt van "pedagogisch beleidsmedewerker", maar het werk bestaat uit twee taken. Je mag die bij één persoon leggen, of verdelen: een pedagogisch beleidsmedewerker voor het beleid en een pedagogisch coach voor de coaching. De cao noemt die functies pedagogisch beleidsmedewerker/coach en pedagogisch coach. Wie het doet, maakt voor de rekenregel niet uit: het gaat om de uren.

De rekenregel

Bijlage 2 werkt in twee stappen.

  1. Op 1 januari, de peildatum, stel je vast hoeveel kindercentra je exploiteert en hoeveel fte aan beroepskrachten er werkt. Heb je meer kindercentra, dan tel je de fte van alle kindercentra samen.
  2. Daarmee reken je het minimum uit voor het hele jaar waarin de peildatum valt: 50 uur per kindercentrum voor de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens, en 10 uur per fte voor het coachen van beroepskrachten.

In één formule:

minimum aantal uren = (50 × aantal kindercentra) + (10 × aantal fte beroepskrachten)

Het ministerie biedt hiervoor een rekentool aan; artikel 8, lid 2 verplicht de minister daartoe.

Wat telt als kindercentrum

Elke opvangsoort telt apart. Heb je een kinderdagverblijf en een bso op hetzelfde adres, dan zijn dat volgens de Rijksoverheid twee kindercentra, en heb je twee keer 50 uur nodig voor beleid.

Wie telt als fte

Bijlage 2 telt het aantal fte van de beroepskrachten op de peildatum, en definieert fte niet verder. Voor een fulltime dienstverband geldt in de cao Kinderopvang gemiddeld 36 uur per week (artikel 4.2); daar wordt in de praktijk mee gerekend. Een medewerker met een contract van 24 uur is dan 0,67 fte, een van 32 uur 0,89 fte.

Hoe je medewerkers zonder vaste uren meetelt, zoals oproepkrachten, schrijft het Besluit niet voor. Kies een vaste, uitlegbare methode en leg die vast, want de GGD kan vragen hoe je aan je aantal fte komt.

Rekenvoorbeeld

Een organisatie heeft op 1 januari drie kindercentra: kinderdagverblijf De Boomhut, bso De Boomhut op hetzelfde adres, en kinderdagverblijf Het Zonnetje in een andere wijk. De beroepskrachten hebben samen deze contracturen:

KindercentrumMedewerkersContracturen per weekFte (÷ 36)
Kinderdagverblijf Boomhut92527
Bso Boomhut61083
Kinderdagverblijf Zonnetje82166
Totaal2357616

De berekening:

  1. Beleid: 3 kindercentra × 50 uur = 150 uur.
  2. Coaching: 16 fte × 10 uur = 160 uur.
  3. Minimum voor het jaar: 150 + 160 = 310 uur.

Komt er in maart een medewerker bij, dan verandert het minimum voor dat jaar niet: de peildatum is 1 januari. Het jaar daarna tel je opnieuw.

Biedt Het Zonnetje ook voorschoolse educatie, dan komen daar nog uren bij: zie hieronder.

De uren verdelen over je locaties

Heb je meer dan één kindercentrum, dan bepaal je zelf hoe je de uren over de kindercentra verdeelt. Daar gelden twee eisen uit artikel 8, lid 3 en artikel 17, lid 3:

  • je legt de verdeling elk jaar schriftelijk vast, zodat die inzichtelijk is voor beroepskrachten en ouders;
  • je verdeelt zo dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt bij de uitvoering van het werk.

Een voor de hand liggende verdeling volgt de rekenregel per kindercentrum:

KindercentrumBeleidCoachingTotaal
Kinderdagverblijf Boomhut5070120
Bso Boomhut503080
Kinderdagverblijf Zonnetje5060110
Totaal150160310

Dat is geen plicht. Werkt bijvoorbeeld Het Zonnetje dit jaar met veel nieuwe medewerkers, dan mag je daar meer coaching inzetten en elders minder, zolang het totaal ten minste 310 uur is en niemand zonder coaching het jaar uitgaat.

Coaching voor iedereen

Iedere pedagogisch medewerker krijgt jaarlijks coaching, ook tijdelijke en flexibele medewerkers. Hoeveel uur ieder krijgt en in welke vorm, bepaal je zelf. Coaching hoeft niet gelijk verdeeld te worden: een ervaren medewerker kan met minder toe dan iemand die net begint.

Voorschoolse educatie: extra uren

Wordt er in een kindercentrum voorschoolse educatie aangeboden, dan komt daar een aparte verplichting bij, uit artikel 2a van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Die geldt "onverminderd" de uren hierboven, dus bovenop de 50 en 10 uur. Het minimum is 10 uur per kind dat op 1 januari voorschoolse educatie krijgt, per kindercentrum. Alleen kinderen van tweeënhalf tot vier jaar die tot de doelgroep van de gemeente horen, tellen mee. Deze uren zijn voor beleid of coaching rond voorschoolse educatie. Meer daarover in VE en peuteropvang.

Heeft Het Zonnetje uit het voorbeeld op 1 januari 6 kinderen met een VE-indicatie, dan komt er 60 uur bij, voor Het Zonnetje: in totaal 370 uur.

Meetellen voor de beroepskracht-kindratio

De pedagogisch beleidsmedewerker telt mee voor de beroepskracht-kindratio voor zover die tijdens het coachen ook zelf op de groep bezig is met de verzorging, de opvoeding en de ontwikkeling van de kinderen (artikel 7, lid 10 voor de dagopvang, artikel 16, lid 9 voor de bso). Coaching on the job op de groep kan dus meetellen. Beleidswerk op kantoor, of een coachgesprek buiten de groep, telt niet mee.

Werkt dezelfde persoon daarnaast gewoon als pedagogisch medewerker op de groep, dan tellen die uren als gewone uren van een beroepskracht, niet als uren pedagogisch beleidsmedewerker.

Opleidingseisen

Pedagogisch beleidsmedewerkers hebben een voor het werk passende opleiding (artikel 6, lid 3 voor de dagopvang en artikel 15, lid 3 voor de bso). De Regeling Wet kinderopvang bepaalt welke dat zijn: de kwalificatie-eisen en bewijsstukken uit de meest recent aangevangen cao Kinderopvang (artikel 7, lid 2 en artikel 9a, lid 2). In de cao staan ze in bijlage 13.2.

Kort samengevat voldoet een medewerker aan de eis met:

  • A: een diploma van een Associate degree, een hbo- of universitaire bachelor of een master uit de lijst in de cao, bijvoorbeeld pedagogiek, sociaal pedagogische hulpverlening of psychologie, of een gelijkwaardig buitenlands diploma;
  • B: een diploma op minimaal mbo-4 dat kwalificeert als pedagogisch professional, of een docentenopleiding vanaf hbo-niveau, en een bewijs van scholing in coaching, of in pedagogiek kinderen 0-13 jaar én coaching.

Let op de wijziging per 1 juli 2026: een certificaat van alleen een branche-erkende scholing pedagogiek 0-13 jaar geldt niet meer als bewijs voor route B. Wie vóór 1 juli 2026 al als pedagogisch beleidsmedewerker/coach of pedagogisch coach werkte en die functie niet langer dan een jaar onderbrak, valt onder een overgangsbepaling. Controleer bij een nieuwe medewerker de actuele lijst in de cao.

Gastouderbureaus

Voor een gastouderbureau geldt de rekenregel van 50 en 10 uur niet. In plaats daarvan zorgt de houder er aantoonbaar voor dat de pedagogisch beleidsmedewerker iedere aangesloten gastouder jaarlijks ten minste drie uur coaching aanbiedt (artikel 23, lid 1). De gastouder moet die drie uur ook volgen, per gastouderbureau waarbij die is aangesloten (artikel 25, lid 1, onderdeel c). Het pedagogisch beleidsplan van het bureau beschrijft hoe de coaching van gastouders is ingericht (artikel 20, lid 2, onderdeel c). Ook hier geldt een passende opleiding, met de kwalificatie-eisen uit de cao (artikel 23, lid 2 en artikel 10, lid 3 van de Regeling).

Een klein gastouderbureau met twintig gastouders heeft dus ten minste 60 uur coaching per jaar nodig. Heb je zelf geen pedagogisch beleidsmedewerker, dan kun je er een inhuren.

Een kleine organisatie

Voor een klein kindercentrum geldt dezelfde rekenregel. Een kinderdagverblijf met één locatie en 4 fte heeft minimaal 50 + 40 = 90 uur per jaar nodig. Omdat er maar één kindercentrum is, geldt de plicht om de verdeling over kindercentra vast te leggen niet. Dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching krijgt, geldt wel.

Veelgemaakte fouten

  • Een dagopvang en bso als één locatie tellen. Op hetzelfde adres zijn het toch twee kindercentra, en dus 100 uur voor beleid.
  • Het aantal medewerkers tellen in plaats van fte. Twintig parttimers van 18 uur zijn 10 fte, geen 20.
  • Op een andere datum tellen. Het minimum volgt uit de situatie op 1 januari, ook als je personeel in de loop van het jaar groeit of krimpt.
  • Iemand overslaan. Het totaal aantal uren kan kloppen terwijl een invalkracht of een nieuwe medewerker het hele jaar geen coaching kreeg. Dan voldoe je niet aan artikel 8, lid 3.
  • De verdeling niet op papier zetten. Bij meer kindercentra moet de verdeling schriftelijk vastliggen en voor ouders en medewerkers in te zien zijn.
  • De VE-uren vergeten. Die komen bovenop de 50 en 10 uur, per kindercentrum dat voorschoolse educatie aanbiedt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel uur pedagogisch beleidsmedewerker heb ik nodig?
Per jaar ten minste 50 uur per kindercentrum voor beleid en 10 uur per fte beroepskracht voor coaching. Je telt de kindercentra en de fte op 1 januari, de peildatum, en rekent het minimum uit voor dat hele jaar.
Telt een dagopvang en een bso op hetzelfde adres als één kindercentrum?
Nee. Volgens de Rijksoverheid zijn dat twee kindercentra, en geldt dus twee keer 50 uur voor beleid.
Moet elke pedagogisch medewerker coaching krijgen?
Ja. De houder verdeelt de uren zo dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt, ook tijdelijke en flexibele medewerkers. Hoeveel uur iemand krijgt, bepaal je zelf.
Mag de pedagogisch beleidsmedewerker meetellen voor de beroepskracht-kindratio?
Alleen voor zover die tijdens het coachen ook zelf op de groep met de kinderen bezig is. Uren die volledig aan beleid of coaching op afstand opgaan, tellen niet mee.
Geldt de regel ook voor een gastouderbureau?
Niet de rekenregel van 50 en 10 uur. Een gastouderbureau zorgt dat de pedagogisch beleidsmedewerker iedere aangesloten gastouder jaarlijks ten minste drie uur coaching aanbiedt.

Bronnen

Dit artikel geeft uitleg over de regels zoals ze golden op 28 oktober 2026. Het is geen juridisch advies; bij twijfel geldt de tekst van de bron.

Tamina rekent met deze regels

Tamina is software voor gastouderbureaus en kinderopvang. Probeer het veertien dagen gratis.