Beroepskracht-kindratio berekenen: zo werkt de BKR
Hoeveel pedagogisch medewerkers heb je nodig op een groep? De beroepskracht-kindratio uitgelegd met tabel 1, de rekenregels en uitgewerkte voorbeelden voor dagopvang en bso.
Bijgewerkt op · 7 min lezen
De beroepskracht-kindratio (BKR) bepaalt hoeveel pedagogisch medewerkers er minimaal op een groep moeten staan. Hoe jonger de kinderen, hoe meer beroepskrachten er nodig zijn. De regels staan in het Besluit kwaliteit kinderopvang: artikel 7 voor de dagopvang, artikel 16 voor de buitenschoolse opvang, en de rekenmethode in bijlage 1. In dit artikel lees je hoe de berekening werkt, met voorbeelden die je zelf kunt narekenen.
Waar de BKR voor geldt
De ratio wordt berekend over de kinderen die aanwezig zijn, niet over de kinderen die ingeschreven staan. In de dagopvang gebeurt dat per stamgroep: de vaste groep waarin een kind wordt opgevangen. In de buitenschoolse opvang tel je de kinderen op het hele kindercentrum.
Omdat kinderen op verschillende tijden komen en gaan, verandert de ratio door de dag heen. Een groep die om half acht met drie kinderen begint, heeft om tien uur misschien twaalf kinderen en twee beroepskrachten nodig.
Tabel 1: de basis voor de dagopvang
Bijlage 1 van het Besluit begint met tabel 1. Die geeft per leeftijdsopbouw van de groep het minimale aantal beroepskrachten en het maximale aantal kinderen. Voor groepen waarin alle kinderen dezelfde leeftijd hebben:
| Leeftijd | 1 beroepskracht | 2 beroepskrachten | 3 beroepskrachten | 4 beroepskrachten |
|---|---|---|---|---|
| 0 tot 1 jaar | 3 kinderen | 6 kinderen | 9 kinderen | 12 kinderen |
| 1 tot 2 jaar | 5 kinderen | 10 kinderen | 15 kinderen | 16 kinderen |
| 2 tot 3 jaar | 8 kinderen | 16 kinderen | ||
| 3 tot 4 jaar | 8 kinderen | 16 kinderen |
Voor gemengde leeftijdsgroepen:
| Leeftijd | 1 beroepskracht | 2 beroepskrachten | 3 beroepskrachten | 4 beroepskrachten |
|---|---|---|---|---|
| 0 tot 2 jaar | 4 kinderen | 8 kinderen | 14 kinderen (max. 8 baby's) | 16 kinderen (max. 8 baby's) |
| 0 tot 3 jaar | 5 kinderen | 10 kinderen | 13 kinderen (max. 8 baby's), 14 (max. 4) of 15 (max. 3) | 16 kinderen (max. 8 baby's) |
| 0 tot 4 jaar | 5 kinderen | 12 kinderen | 14 kinderen (max. 8 baby's), 15 (max. 5) of 16 (max. 3) | 16 kinderen (max. 8 baby's) |
| 1 tot 3 jaar | 6 kinderen | 11 kinderen | 16 kinderen | |
| 1 tot 4 jaar | 7 kinderen | 13 kinderen | 16 kinderen | |
| 2 tot 4 jaar | 8 kinderen | 16 kinderen |
Met "baby's" worden kinderen van 0 tot 1 jaar bedoeld. De tabel legt tegelijk de maximale groepsgrootte vast: een stamgroep telt nooit meer dan 16 kinderen, en een groep met alleen kinderen van 0 tot 1 jaar maximaal 12.
Rekenregel 1: als er een baby in de groep is
Zodra er een kind van 0 tot 1 jaar in de stamgroep is, pas je naast de tabel een formule toe. Komt daar een hoger getal uit dan uit de tabel, dan geldt het hogere getal:
Z = A + (B + C + D) / 1,2, afgerond naar boven, waarbij:
- A = aantal kinderen van 0 tot 1 jaar gedeeld door 3
- B = aantal kinderen van 1 tot 2 jaar gedeeld door 5
- C = aantal kinderen van 2 tot 3 jaar gedeeld door 6
- D = aantal kinderen van 3 tot 4 jaar gedeeld door 8
Rekenregel 2: één kind erbij mag niet minder opleveren
Het kan voorkomen dat de tabel en rekenregel 1 bij één kind meer in de groep een lager aantal beroepskrachten opleveren dan zonder dat kind. In die situatie wordt het aantal benodigde beroepskrachten met één verhoogd. Zo leidt een extra kind nooit tot minder personeel.
Voorbeeld: een verticale groep van 0 tot 4 jaar
Een stamgroep heeft vandaag 12 kinderen: 2 baby's, 3 kinderen van 1 jaar, 4 van 2 jaar en 3 van 3 jaar.
- Tabel 1, rij 0 tot 4 jaar: met 2 beroepskrachten mogen er 12 kinderen zijn. Volgens de tabel volstaan er dus 2.
- Rekenregel 1, want er zijn baby's: A = 2 / 3 = 0,67. B = 3 / 5 = 0,60. C = 4 / 6 = 0,67. D = 3 / 8 = 0,38. Dan is (B + C + D) / 1,2 = 1,64 / 1,2 = 1,37, en Z = 0,67 + 1,37 = 2,04. Naar boven afgerond: 3.
- Rekenregel 1 levert meer op dan de tabel, dus deze groep heeft 3 beroepskrachten nodig.
Zonder de twee baby's (10 kinderen van 1 tot 4 jaar) zou de rij 1 tot 4 jaar gelden: 2 beroepskrachten voor maximaal 13 kinderen. Rekenregel 1 is dan niet van toepassing, en 2 beroepskrachten zijn genoeg.
Voorbeeld: een peutergroep van 2 tot 4 jaar
Een peutergroep heeft 16 kinderen tussen 2 en 4 jaar. Rij 2 tot 4 jaar: 1 beroepskracht per 8 kinderen, dus 2 beroepskrachten. Er zijn geen baby's, dus rekenregel 1 doet niet mee. Een zeventiende kind kan niet: dat gaat boven de maximale groepsgrootte van 16.
De berekening voor de bso
Voor de buitenschoolse opvang staat in bijlage 1, onderdeel b, een formule:
aantal beroepskrachten = (A × 0,1) + (B × 0,083)
- A = het aantal kinderen van vier tot en met zes jaar
- B = het aantal kinderen van zeven jaar tot het einde van de basisschool
De uitkomst rond je op een bijzondere manier af: vanaf ,18 naar boven, daaronder naar beneden. Zijn er kinderen, dan is er altijd ten minste één beroepskracht nodig.
| Kinderen 4 t/m 6 jaar | Kinderen 7+ | Berekening | Uitkomst | Beroepskrachten |
|---|---|---|---|---|
| 8 | 3 | 0,8 + 0,249 | 1,049 | 1 |
| 11 | 1 | 1,1 + 0,083 | 1,183 | 2 |
| 12 | 10 | 1,2 + 0,83 | 2,03 | 2 |
| 15 | 6 | 1,5 + 0,498 | 1,998 | 2 |
Let op het verschil tussen de tweede en de derde rij: bij 1,183 ligt de rest boven ,18 en rond je naar boven af, bij 2,03 ligt de rest eronder en rond je naar beneden af. Een basisgroep in de bso telt maximaal 30 kinderen.
Combinatiegroepen dagopvang en bso
Wordt een stamgroep gecombineerd met een basisgroep van de bso, dan reken je met tabel 1 en de rekenregels van de dagopvang. Een kind van 4 jaar of ouder telt daarbij als een kind van 3 tot 4 jaar (bijlage 1, onderdeel c).
Wie telt mee als beroepskracht
Niet iedereen op de groep telt mee. Een beroepskracht moet ingeschreven en gekoppeld zijn in het Personenregister Kinderopvang en de juiste kwalificatie hebben. Voor beroepskrachten in opleiding en stagiairs gelden aparte regels in de Regeling Wet kinderopvang: zij tellen onder voorwaarden en tot een maximum mee, afhankelijk van hun opleidingsfase. Een pedagogisch beleidsmedewerker telt alleen mee voor zover die op de groep ook zelf met de kinderen bezig is.
Op een stamgroep waar een beroepskracht in opleiding werkt, moet per dag ook ten minste één gekwalificeerde beroepskracht staan (artikel 7, lid 11).
Afwijken van de ratio
Op lange opvangdagen mag je tijdelijk minder beroepskrachten inzetten: maximaal drie uur per dag in de dagopvang en een half uur per dag rond schooltijd in de bso. Dat is de drie-uursregeling, met eigen voorwaarden.
Aantonen dat het klopt
De houder moet met een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van de kinderen, met een indicatie van aankomst- en vertrektijden, kunnen laten zien dat de ratio klopte (artikel 7a en 16a). De GGD kijkt daar bij een inspectie naar. Het ministerie biedt een rekentool aan op 1ratio.nl om losse situaties door te rekenen.
Veelgestelde vragen
- Wat is de beroepskracht-kindratio?
- De verhouding tussen het aantal pedagogisch medewerkers en het aantal aanwezige kinderen. Het Besluit kwaliteit kinderopvang legt vast hoeveel beroepskrachten er minimaal moeten zijn, afhankelijk van het aantal kinderen en hun leeftijd.
- Hoeveel kinderen mag één pedagogisch medewerker hebben?
- Dat hangt af van de leeftijd. In een groep met alleen baby's (0 tot 1 jaar) is het 3 kinderen per beroepskracht, bij 1 tot 2 jaar 5, en bij kinderen van 2 tot 4 jaar 8. In gemengde groepen ligt het daartussen; bij de bso is het 1 op 10 voor 4 tot en met 6 jaar en ongeveer 1 op 12 vanaf 7 jaar.
- Hoe groot mag een groep in de dagopvang zijn?
- Maximaal 16 kinderen in een stamgroep, en maximaal 12 als de groep alleen uit kinderen van 0 tot 1 jaar bestaat. Een basisgroep in de bso telt maximaal 30 kinderen.
- Moet ik de BKR zelf uitrekenen?
- Het ministerie biedt een online rekentool aan op 1ratio.nl. Kinderopvangsoftware kan de ratio ook per kwartier uitrekenen uit het rooster en de aanwezige kinderen.
Bronnen
- Besluit kwaliteit kinderopvang, artikelen 7, 9, 16 en 18 en bijlage 1
- Ondernemersplein (KVK en Rijksoverheid), beroepskracht-kindratio
- Rekentool beroepskracht-kindratio van het ministerie
Dit artikel geeft uitleg over de regels zoals ze golden op 25 oktober 2026. Het is geen juridisch advies; bij twijfel geldt de tekst van de bron.